vrijdag 5 augustus 2011

25 tips voor de perfecte vakantiefoto

 

Hoe maak ik vakantiefoto’s?

Leer hier alles over het maken van mooie vakantiefoto’s, zowel boven als onder water. Welke foto’s mogen niet ontbreken, hoe vind je snel het juiste perspectief? We geven handige tips.


1.Onderwaterzak. Het is niet onverstandig om voor je strandvakantie een transparante camerahoes aan te schaffen. Zo’n ‘beach bag’ beschermt je toestel heel goed tegen zandkorrels en spatwater. Je hebt deze hoezen al voor prijzen vanaf 25 euro.


2.Vanuit de schaduw. In principe moet je altijd met een zonnekap op je lens fotograferen. Zo voorkom je dat er strooilicht in de lens valt. Een extra maatregel is om zo mogelijk vanuit de schaduw te fotograferen. Je opname krijgt dan meer contrast.


3.Speels. Laat een of ander attribuut een rol spelen in je foto. Zo benadruk je met een wapperende sjaal zowel de windrichting als de kracht van de wind. De foto wordt daar levendiger van. Er wordt indirecte informatie op de kijker overgebracht en daardoor krijgt de opname meer expressiviteit.


4.Heet dichtbij. Bij foto’s onder water moet je de afstand van de camera tot het onderwerp zo klein mogelijk houden. Onderwerpen verder weg zien er door het geringe licht onder water al gauw schimmig uit.


  1. 5. In de diepte. Als je vooraf in een zwembad hebt geoefend met het bedienen van de camera onder water, kun je je bij het feitelijke duiken op locatie concentreren op de onderwerpen. Let er bij de keuze van de onderwatercamera op dat de ontspanningsvertraging kort is. Dat maakt het fotograferen van zeedieren een stuk eenvoudiger. Een externe lichtbron kan diep onder water goed van pas komen.




















6.Naam van de locatie. Een stil eiland ergens in de Indische Oceaan. Ook voor de naam van een droomplek kan je geheugen je in de steek laten. Een technische manier om dit probleem op te lossen in het gebruik van GPS-gegevens. Een persoonlijkere manier is het fotograferen van een tekst.


7.Ensceneren. Op vakantie heb je genoeg tijd om ook eens een foto in scène te zetten. Zo zorg je bijvoorbeeld voor frisheid en kleur in je vakantiealbum. Plaats dit soort objecten niet midden in beeld, maar een beetje aan de zijkant.


8.Tegenlicht. Tijdens je strandvakantie heb je graag een stralende zon. Voor het fotograferen kan het felle zonlicht echter lastig zijn. Gebruik de zon eens als tegenlicht. Zorg ervoor dat het hoofd van je model de zon grotendeels afdekt. In deze foto zorgt het licht dat om het strand reflecteert voor voldoende opheldering van het gezicht. Anders gebruik je hiervoor de interne flitser.


9.Je onderwaterbehuizing prepareren. Het voordeel van een onderwaterbehuizing is niet alleen dat je vaak wel tot veertig meter onder water kunt fotograferen, maar ook dat je gebruik kunt maken van de bedieningselementen van je camera. Voordat je onder water duikt, moet je je camera wel zodanig prepareren dat je behuizing niet beslaat. Als je trouwens een waterdichte outdoorcamera hebt en kort na elkaar wilt snorkelen en dan duiken, moet je al bij het snorkelen de behuizing gebruiken. Anders beslaat de camera toch, al tref je de nodige voorbereidingen.

1. Knippen. Om te voorkomen dat de camera na korte tijd beslaat, moet je tussen de camera en de onderwaterbehuizing zakjes met silicagel plaatsen. Deze absorberen het vocht. Goedkoper gaat dat met maandverband. Knip het verband langs de breedte in stroken en vouw deze stroken aan de klevende kant dubbel.

2. Föhnen. Vlak voordat je de camera in de behuizing plaatst, blaas je met een föhn lucht op kamertemperatuur op het toestel. Let erop dat je niet de heteluchtstand gebruikt!

3. Opvullen. Leg de camera nu in de onderwaterbehuizing en plaats telkens twee stroken aan de zijkanten en aan de boven- en onderkant. Let er bij het sluiten van de behuizing op dat de randen vrij zijn van zand, stof en haren. Anders kan er water binnendringen in de behuizing en dus ook in de camera.


10.Klassieke onderwerpen. Een zonsopkomst of –ondergang mag natuurlijk niet ontbreken in je vakantiecollectie. Om silhouetten in beeld te brengen, moet je de belichting afstemmen op de achtergrond en een belichtingscorrectie van -1 stop of -2 stops toepassen. Het lichtste deel van de foto moet maar een klein beetje overbelicht zijn. Kies een klein diafragma (hoge waarde) en een korte sluitertijd, zodat de elementen van het landschap als silhouetten in beeld komen.


  1. 11.Ontmoetingen. Met mensen en dieren krijgt je fotoserie iets persoonlijks. De foto’s geven de kijker inzicht in het alledaagse leven op een bepaalde plek. Door een ander perspectief te kiezen dan frontaal voor de camera worden de foto’s minder stijf en komt er spontaniteit in beeld. In plaats van een geposeerd kiekje krijg je een foto waarop het onderwerp in harmonie is met de omgeving.







12.Eén stop meer. Mist is geen weer om te fotograferen? Mistslierten hebben iets mysterieus en daarom zijn ze wel degelijk het fotograferen waard. Om de kleine zwevende druppeltjes mooi op de foto te krijgen moet je ongeveer een hele stop overbelichten. Doordat de mist daardoor lichter wordt, ziet de opname er iets vriendelijker uit.


13.Lange brandpuntsafstand. Als je op verkenning gaat of een safaritocht onderneemt, moet je een objectief met een voldoende brandpuntafstand bij je hebben. Bij wilde dieren kom je haast nooit heel dichtbij, vrijwel altijd moet de camera een flinke afstand overbruggen. Als je dan een korte brandpuntafstand gebruikt, gaat het onderwerp verloren in de omgeving. Een reiszoomlens met een telebrandpuntsafstand van 200 millimeter of liever nog 300 millimeter is aan te raden.


14.De grootte accentueren. Op de foto ziet een groot object zoals een woudreus er vaak lang niet zo indrukwekkend uit als in het echt. Om de grootte goed weer te geven, is het een goed idee om er een bekend object bij op de foto te zetten. De kijker heeft dan een aanknopingspunt om de dimensies goed in te kunnen schatten. Gebruik dit ook bij zeer kleine objecten.


15.Couleur locale. Het is haast onmogelijk om de juiste woorden te vinden voor een landschap in een ver land. Om de couleur locale duidelijk te maken aan de thuisblijvers, moet je beelden fotograferen die kenmerkend zijn voor het land/gebied, zoals lemen hutten in Afrika of rijstvelden in Thailand of Bhutan. Laat de sfeer van je vakantieland tot uiting komen in je foto’s.


16.Onderweg. Ook wegen en straten vormen een onderdeel van je vakantie. Vooral wanneer je rondtrekt spelen ze een belangrijke rol. Zowel slingerweggetjes als kaarsrechte highways kunnen mooie foto’s opleveren. Gebruik een korte brandpuntsafstand en laat de lijnen aan weerszijde van de weg precies in de onderste hoeken van de foto beginnen. Hiermee benadruk je de uitgestrektheid van de weg het meeste.


17. Drie redenen voor een outdoorcamera.

1. Bijzonder robuust. Bij een zwembad wil het er nog wel eens wild aan toe gaan. Dankzij de stootvaste body van een outdoorcamera kun je ook dan foto’s maken. Outdoormodellen zijn ook geschikt wanneer je de bergen intrekt of een wild stromende rivier afzakt. Als de camera op de grond valt of nat wordt, heeft dat bijna nooit dramatisch gevolgen.

2. Bestand tegen zand. Zand is dodelijk voor iedere camera en voor ieder objectief. Of je nu de woestijn in gaat of een dagje aan het stand doorbrengt, fijne zandkorrels dringen gemakkelijk door iedere naad. Wanneer het begint te knarsen bij het draaien van de scherpstel- of zoomring, staat je een langdurige schoonmaakklus te wachten. Met de afgeschermde body en de vast aangebrachte lens van een outdoorcamera ben je beter af.

3. Waterdicht. Sommige cameramodellen zijn niet alleen spatwaterdicht, maar ook waterdicht tot enkele meters diep. Bij het snorkelen kun je dan zonder accessoires zoals een onderwaterbehuizing de bewoners van de lagune op de foto zetten.


18.Van opzij. Wat bij architectuuropnamen heel goed werkt, kan ook goed uitpakken bij andere onderwerpen, zoals een straatbeeld. Door een standpunt aan de zijkant krijgen huizen meer diepte.


19.De verte weergeven. Wegen, rivieren of beekjes zijn uitstekend om de uitgestrektheid mee uit te drukken. Door het verdwijnpunt iets naar links of rechts te plaatsen loopt de weg of de rivier langs een van de beelddiagonalen. Zo krijgt de foto meer dynamiek. Met een object op de voorgrond zorg je verder voor extra dieptewerking.


20.Indirect in beeld brengen. Er moet ook een foto bij zitten die bewijst dat je ter plaatse was. Heel vaak zijn dat foto’s waarop jij of een van je dierbaren pal voor een gebouw of op een plein staat. Voeg een bijzonder beeld aan je vakantiealbum toe: meng je onder de mensen. Zo krijg je foto’s die minder geposeerd zijn, maar waar jij of een van je reisgenoten toch op staat.


21.Voorbereiden. Om het optimale uit de automatische programma’s te halen, is het belangrijk dat je jezelf en de camera goed weet in te schatten. Bepaal de maximale sluitertijd waarbij je nog goed zonder statief kunt fotograferen – bijvoorbeeld 1/60 seconde. Bepaal bovendien de maximale ISO-waarde waarbij de ruis die de camera veroorzaakt nog acceptabel is.


22.Symbolen. Ieder land heeft zijn eigen alledaagse symbolen. Voor de lokale bevolking heel gewoon, maar voor de vakantieganger zijn ze juist exotisch. Het is daarom leuk om zo’n symbool vast te leggen voor de herinnering.


23.Feiten. Op je vliegticket staat de vakantiebestemming, maar weet je verder altijd precies wat je gezien hebt? Fotografeer informatieborden, dan heb je thuis wat te vertellen over de locatie van je vakantie.


24.Gebouwen naar voren halen. Je moet gebouwen niet frontaal fotograferen, maar zo dat twee zijden zichtbaar zijn. Op die manier geef je de vorm van het gebouw duidelijk weer. Indien mogelijk stem je het camerastandpunt af op de lichtomstandigheden: een burcht of toren ziet er extra indrukwekkend uit wanneer de twee zijden goed tegen elkaar afsteken door een verschillende belichting.


25.Statief niet vergeten.

1. Lichte driepoot. Bij het inpakken sla je je driepootstatief vaak over, omdat het zwaar is en relatief veel plek inneemt. Als je bij een stedentrip echter een mooie nachtopname wilt maken, kun je beter wel een statief gebruiken. Met een lange sluitertijd kun je fascinerende lichtsporen in beeld brengen.

2. Klein eenpootstatief. Is er ondanks de beperkte ruimte nog een beetje plaats over in je bagage, neem dan een eenpootstatief mee. Je kunt hiermee een lange sluitertijd kiezen zonder dat de foto bewogen wordt: tot maximaal 0,5 seconde. Beter een eenpootstatief dan helemaal geen statief.

3. Zelf een rijstzak maken. Via de vakhandel kun je voor ca. 15 euro een speciale rijstzak of bean bag kopen. Daarmee geef je je camera een stabiele ondergrond op een muur of op de grond. Je kunt zelf ook een alternatief in elkaar knutselen, zelfs op je vakantielocatie. Neem een stevige kleine plastic tas, vul de tas met zand, rijst of linzen en knoop hem dicht. Vervolgens stop je deze tas in een jutezak of stoffen tas. Sluit deze goed af en klaar ben je.


Bron: Chip Foto Video

 
 

volgende >

< vorige